Celstraffen voor poging doodslag en openlijk geweld

De rechtbank Den Haag heeft drie mannen veroordeeld tot dertig maanden gevangenisstraf voor poging doodslag en openlijk geweld. Een deel van de straf wordt voorwaardelijk opgelegd zodat de verdachten behandeld worden voor hun problemen met alcohol en agressie. Ook moeten zij het slachtoffer een schadevergoeding betalen van € 1.285,00.

Toedracht

In de nacht van 7 juni 2019 ontstond rond 01.30 uur een woordenwisseling in een club aan de Amsterdamse Veerkade in Den Haag. Op straat werd één persoon vele malen geslagen en geschopt door de drie verdachten. Ook een andere bezoeker van de club werd neergeslagen. Het geweld kreeg een vervolg in de Wagenstraat waar het eerste slachtoffer opnieuw werd geslagen en geschopt. Ook werd hij vaak tegen zijn hoofd geschopt terwijl hij weerloos op de grond lag.

Strafbepaling

Bij het bepalen van de hoogte van het onvoorwaardelijke deel van de straf ging de rechtbank boven de strafeis van de officier van justitie uit. De rechtbank zocht aansluiting bij straffen die in dit soort zaken doorgaans worden opgelegd. Gezien de rol van de verdachten bij het gepleegde geweld vindt de rechtbank een gevangenisstraf van dezelfde duur voor ieder van de mannen passend. Bovendien weegt in het nadeel van de verdachten mee dat het forse geweld op meerdere locaties en meerdere momenten plaatsvond.

Haagse politieagenten vrijgesproken van meineed en mishandeling

De
rechtbank heeft vandaag drie Haagse politieagenten vrijgesproken van meineed en
valsheid in geschrift. Daarnaast is eén van hen vrijgesproken van de mishandeling
van een arrestant. Een ander, die bij de arrestatie een politiehond in het been
van de arrestant liet bijten, heeft zich volgens de rechtbank niet schuldig
gemaakt aan het gebruik van buitensporig geweld. Hij is dan ook ontslagen van
alle rechtsvervolging.

Aanhouding

Op 21 januari 2018 belde een vrouw de meldkamer van de politie. Zij
vertelde dat zich in een café een gewapende man bevond die mensen sloeg en
bedreigde. De drie agenten gingen daarop samen met andere collega’s naar dat
café waar zij een man hebben aangehouden. De verdachten zouden opzettelijk een
vals proces-verbaal van aanhouding dan wel opzettelijk een vals proces-verbaal
van bevindingen hebben opgemaakt. Zo is opgeschreven dat de man zijn handen bij
de arrestatie niet liet zien, terwijl dat wel het geval was.

Dreigende situatie

Aan de hand van camerabeelden die in het café zijn gemaakt, oordeelt de
rechtbank dat de verdachten in een aantal gevallen niet onjuist hebben
verklaard. Van een aantal delen van hun verklaringen stelde de rechtbank vast
dat die wel onjuist zijn. De rechtbank is echter tot de conclusie gekomen dat
de politieagenten hierbij niet opzettelijk een verkeerde voorstelling van zaken
gaven. Volgens de rechtbank moet rekening worden gehouden met de dreigende situatie
waarin zij  moesten optreden. Zo
verwachtten zij dat zich een man met een vuurwapen in het café bevond. Verder
rapporteerde een rechtspsycholoog dat aandachtsvernauwing als gevolg van stress
van invloed kan zijn geweest op hun waarneming en herinnering. Daarnaast ontbreken
concrete aanwijzingen dat de verdachten bewust een verkeerd beeld hebben willen
geven van wat er is gebeurd.

Inzet politiehond en mishandeling

Bij
de arrestatie liet een van de verdachten een politiehond in het been van de
gearresteerde man bijten. Gezien de dreigende situatie gebruikte hij volgens de
rechtbank geen buitensporig geweld en is hij voor het inzetten van de
politiehond van alle rechtsvervolging ontslagen.

Een
andere verdachte zou volgens twee collega’s later op de binnenplaats van het
politiebureau opzettelijk op het verwonde been van de arrestant zijn gaan
staan. Volgens de rechtbank staat het niet buiten redelijke twijfel dat de
verdachte de arrestant inderdaad mishandelde. De verdachte ontkent dit, de
arrestant kan het zich niet herinneren, andere aanwezigen hebben dit niet
gezien en ander bewijs ontbreekt. Daarom is hij ook hiervan vrijgesproken.

Aanvang strafzaak tegen voormalig plaatsvervangend hoofdofficier Functioneel Parket uitgesteld

In de strafzaak tegen de voormalig plaatsvervangend hoofdofficier van het Functioneel Parket in Amsterdam die verdacht wordt van het plegen van seksuele handelingen met een persoon tussen de 16 en 18 jaar tegen betaling, is een bezwaarschrift tegen de dagvaarding ingediend. Zoals de wet voorschrijft, wordt dit bezwaarschrift in een besloten zitting behandeld.

Omdat er een bezwaarschrift is ingediend, gaat de geplande regiezitting van 4 oktober 2019 om 13:30 niet door. Op dit moment valt niet te zeggen of en zo ja, wanneer een regiezitting zal plaatsvinden. Dat hangt mede af van de beslissing op het bezwaarschrift.

Intrekking Nederlanderschap veroordeelde Syriëganger blijft in stand

De rechtbank in Den Haag heeft vandaag de intrekking van het Nederlanderschap van een veroordeelde Syriëganger in stand gelaten. Ook mag hij 10 jaar lang Nederland niet meer in.

Intrekking Nederlanderschap

De man had naast de Nederlandse ook de Marokkaanse nationaliteit. Hij is door de strafrechter veroordeeld voor meerdere terroristische misdrijven in Syrië. De man had aangevoerd dat de intrekking in strijd was met het verbod van discriminatie, omdat alleen het Nederlanderschap van mensen met een dubbele nationaliteit kan worden ingetrokken. Het Nederlanderschap van mensen met alleen de Nederlandse nationaliteit mag niet worden ingetrokken, omdat diegene anders staatloos wordt. De rechtbank heeft geoordeeld dat de intrekking niet in strijd is met het verbod op discriminatie. Van bijzondere omstandigheden om van intrekking af te zien is niet gebleken.

Inreisverbod

Het inreisverbod van tien jaar dat aan hem is opgelegd is rechtmatig, omdat de man door zijn persoonlijk gedrag een actuele en grote bedreiging vormt die een fundamenteel belang van de samenleving en de openbare orde aantast. Volgens de strafrechter moet er ernstig rekening mee worden gehouden dat hij dit soort feiten weer gaat plegen. Daarnaast zijn er onvoldoende aanwijzingen dat de man daadwerkelijk afstand heeft genomen van zijn jihadi-salafistische denkbeelden. Ook al is de man geboren en getogen in Nederland, heeft hij hier zijn opleiding genoten, heeft hij Nederlands als moedertaal en zijn de echtgenote en kinderen Nederlands, betekent dit niet dat het inreisverbod in dit geval niet mocht worden opgelegd.